© 2009-2017, René G.A. Ros

Een luchtopname van het emplacement met de vier gebouwen.
Een luchtopname van het emplacement met de vier gebouwen. En een aangeaarde Duitse bunker.
(Foto: Fragment luchtfoto KLM, 1947)

Een watervliegtuig op de helling van de tweede hangar.
Een watervliegtuig op de helling van de tweede hangar.
(Foto: Collectie René Ros)

Manschappen bij de vlaggenmast op de appélplaats van Kamp Zeeburg, circa 1955.
Manschappen bij de vlaggenmast op de appélplaats van Kamp Zeeburg, circa 1955. Met de havenkranen op de achtergrond.
(Foto: Collectie René Ros)

Gebruik

1900 - 1940

Rond 1900 ontstonden plannen voor de bouw van de Indische Buurt en moesten de aldaar gelegen schietbanen (het Exercitieveld aan St. Anthoniesdijk) voor het 7de Regiment Infanterie in de Oranje-Nassau Kazerne verdwijnen.

Deze schietbanen werden verplaatst naar het deel van het baggerdepot dat inmiddels droog land was geworden. Bij de zuidwestelijke hoek, de toegang tot het eiland-in-wording, werden in 1910 op een hoger gelegen emplacement een wachterswoning, schuilloods (een houten loods voor verblijf van de manschappen), schijvenloods (een metalen loods voor schietschijven) en toiletgebouw geplaatst. Een paar honderd meter oostelijker werd de schietbaan van 300 meter aangelegd.

In 1916 ontstond bovendien de voorloper van de Marineluchtvaartdienst op het nieuwe Marinevliegkamp Schellingwoude. Dit werd een basis voor watervliegtuigen met aanvankelijk één hangar met hellingbaan aan de noordzijde van Zeeburg. In 1922 werd een tweede hangar en hellingbaan gebouwd. Op deze basis bouwde vliegtuigfabriek Fokker haar watervliegtuigen van de fabriek in Amsterdam-Noord af.

Bovendien kreeg het vliegkamp een vergunning om, als enige Nederlandse locatie, ook civiele watervliegtuigen te ontvangen. Waaronder de Amerikaanse luchtvaartpionier Charles Lindbergh op een Europese promotietoer voor het watervliegtuig. En tevens de modernste grote Duitse en Italiaanse watervliegtuigen.

1940 - 1945

Na de Duitse inval in mei 1940 werd het gehele eiland ingericht als Fliegerhorst Schellingwoude, de grootste basis voor watervliegtuigen van de Duitsers gedurende de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De vliegtuigen werden ingezet voor de kustbewaking, om zeemijnen te leggen maar ook om piloten en marine-personeel uit de Noordzee en het IJsselmeer te redden.
Hiervoor vonden zeer omvangrijke bouwprojecten op het gehele eiland plaats waaronder wegen, hangars, barakken, bunkers en een munitiedepot. Vrijwel alles werd verborgen onder camouflagenetten.
Het trieste sluitstuk was de executie wegens desertie van twee Duitse soldaten die hun eenheid verlaten hadden na een oproep door de geallieerden.

1945 - 1968

Na de oorlog werd het als Kamp Zeeburg onderdeel van de Koninklijke Landmacht die in de Duitse gebouwen een school voor de Intendance-troepen vestigde. Ook de Marine was er gevestigd met een brandblusschool en de Marine-inlichtingendienst.

Pas toen in 1957 de Zuiderzeeweg met twee bruggen (en openbare schuilplaats) was aangelegd, was het eiland niet langer een exclusief militair terrein. Ten westen van die weg was onder andere een ziekenhuis gevestigd en ontstond allerlei andersoortig gebruik. Ten oosten van de weg bleef het, met een nieuwe toegangpoort en -hek, tot ongeveer 1968 militair terrein. Nog aanwezige legeronderdelen verhuisden toen naar de Oranje-Nassau Kazerne in Amsterdam.
Hierna werd het door Domeinen als opslagplaats gebruikt. Aan het eind van de twintigste eeuw werd de snelweg A10 met brug en tunnel over het eiland aangelegd en vervolgens de Piet Heintunnel.

Militair Terrein Zeeburg met Kamp Zeeburg Amsterdam